Uitspraak
Rechtbank DEN HAAG
1.Het onderzoek ter terechtzitting
mr. B. Lijnse en van hetgeen door de raadsman van verdachte mr. C.M. Emeis, advocaat te Den Haag, en door verdachte naar voren is gebracht.
2.De tenlastelegging
3.Bewijsoverwegingen
85-jarige aangeefster [slachtoffer] (feit 1), alsmede aan diefstal met geweld en bedreiging met geweld jegens dezelfde aangeefster (feit 2).
- vanaf de tailleband van de onderbroek van aangeefster;
- vanaf de benen/bovenbenen, de huid rond de mond en de hals en de borsten van aangeefster. [13]
[slachtoffer] en
pogen hetslachtoffer te bewegen jenever, dan wel alcohol, te drinken en
proberenhaar mond binnen te dringen en
4.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
5.De strafbaarheid van de verdachte
6.De motivering van de straf en maatregel
3 maart 2015. Deze veroordelingen hebben verdachte er klaarblijkelijk niet van weerhouden opnieuw strafbare feiten te plegen. Ten tijde van het begaan van onderhavige feiten liep verdachte bovendien in twee proeftijden.
- de consultbrief d.d. 6 juli 2015, van G.H.E. van Hoecke, psychiater, NIFP;
- het Pro Justitia rapport d.d. 26 augustus 2015, opgemaakt door T.V. van Lent, psychiater;
- het Pro Justitia rapport d.d. 1 september 2015, opgemaakt door dr. R.A.R. Bullens, klinisch psycholoog;
- het Pro Justitia rapport van het Nederlands Instituut voor Forensische Psychiatrie en Psychologie (hierna: PBC-rapport) d.d. 22 januari 2016, opgemaakt door M.J. van Haaren, psychiater, en J. Heerschop, psycholoog;
- een brief d.d. 17 maart 2016, inhoudende beantwoording aanvullende vragen n.a.v. de PBC-rapportage, van voornoemde Van Haaren en Heerschop;
- het reclasseringsadvies d.d. 18 maart 2016, opgemaakt door N. Schilder, reclasseringswerker bij Reclassering Nederland, en mede ondertekend door H. van Dijk, leidinggevende.
Van Lent en Bullens, blijkt dat verdachte heeft geweigerd zijn medewerking te verlenen aan de onderzoeken. Gelet op de ernst van de verdenking is door beide deskundigen geadviseerd verdachte te laten observeren in het PBC.
PBC-rapport van 22 januari 2016komt samengevat het volgende naar voren.
brief van het PBC van 17 maart 2016,die voornoemde deskundigen als antwoord op de door de officier van justitie aanvullend gestelde vragen hebben opgesteld, komt samengevat het volgende naar voren.
reclasseringsadvies van 18 maart 2016, waaruit naar voren komt dat geen uitspraken worden gedaan over het recidiverisico, aangezien verdachte ontkent. Gelet op het feit dat er uit het onderzoek voornamelijk criminogene factoren op alle leefgebieden en nauwelijks beschermende factoren naar voren komen acht de reclassering een bijzonder zorgelijke prognose voor de toekomst aanwezig. Eerdere contacten met de reclassering zijn vroegtijdig afgebroken. Het risico op onttrekking aan voorwaarden wordt hoog geschat. De complexe problematiek, de achterdocht en de eerdere ervaringen met verdachte maken dat er op dit moment geen mogelijkheden zijn voor begeleiding en toezicht door de reclassering, noch in het kader van bijzondere voorwaarden bij een voorwaardelijk strafdeel noch in het kader van een TBS met voorwaarden. Om te komen tot een stabiele leefsituatie lijkt intensief behandel- dan wel begeleidingstraject geïndiceerd.
welkegedragingen
waaruit voortkomen. Verdachte heeft (tijdens de observatie in het PBC) gedrag laten zien dat zowel past bij zijn verslavingsproblematiek als bij zijn persoonlijkheidsstoornis. Hierbij vallen met name de impulsiviteit, een gebrekkig inlevingsvermogen, egocentrisme als een gebrek aan sociale afstemming op.
eist.Het opleggen van deze maatregel behoort dus tot de mogelijkheden.
7.De vordering van de benadeelde partij en de schadevergoedingsmaatregel
8.De inbeslaggenomen goederen
[slachtoffer] .
9.De vordering tenuitvoerlegging
10.De toepasselijke wetsartikelen
11.De beslissing
verdachtevan de op de beslaglijst onder 3 tot en met 7 genummerde voorwerpen, te weten:
aangeefster [slachtoffer]van de op de beslaglijst onder 1, 2 en 8 tot en met 14 genummerde voorwerpen, te weten:
gevangenisstraf voor de duur van 1 (één) week.