Tussen Qualified4U Nederland B.V. en [gedaagde] is vastgesteld dat er een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd bestond van 1 september 2015 tot 1 december 2015, ondanks dat de werknemer het contract niet heeft ondertekend. De werknemer verrichtte eerder werkzaamheden en ontving daarvoor een bedrag van € 1.000,00.
Op 31 augustus 2015 heeft de werknemer per e-mail medegedeeld niet meer te zullen komen werken vanwege twijfels over betalingsafspraken en de werksfeer, waarna hij op 1 september 2015 niet is verschenen. De kantonrechter oordeelt dat de arbeidsovereenkomst rechtsgeldig tot stand is gekomen en dat het proeftijdbeding nietig is omdat de overeenkomst korter dan zes maanden duurde.
De werknemer had de wettelijke opzegtermijn van één maand in acht moeten nemen, tenzij sprake was van een dringende reden. De kantonrechter vindt de door werknemer aangevoerde dringende reden, het niet tijdig contant betalen van het loon, onvoldoende zwaarwegend om onmiddellijke beëindiging te rechtvaardigen. De werknemer wordt daarom veroordeeld tot betaling van een maandloon van € 3.400,00, wettelijke rente, buitengerechtelijke incassokosten en proceskosten.