ECLI:NL:RBDHA:2016:2243
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep minderjarige niet-begeleide asielzoeker op grond van Dublinverordening
Eiser, een Eritrese asielzoeker, betwistte de beslissing van de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie om zijn asielaanvraag niet in behandeling te nemen omdat Duitsland verantwoordelijk is op grond van de Dublinverordening. Eiser stelde minderjarig te zijn, terwijl hij in Duitsland als meerderjarig was geregistreerd. De rechtbank stelde vast dat eiser in Duitsland een asielverzoek heeft ingediend, geregistreerd is en daar verbleef, ondanks zijn stelling dat hij dit niet vrijwillig deed.
De rechtbank oordeelde dat eiser de afwijkende geboortedatum aannemelijk moest maken, wat hij onvoldoende deed. De overgelegde doopakte werd niet als identificerend bewijs erkend en vormde geen aanleiding tot een nader leeftijdsonderzoek. Verweerder mocht uitgaan van de in Duitsland geregistreerde meerderjarige leeftijd, mede omdat eiser zelf verklaarde een willekeurige datum te hebben opgegeven zonder het belang daarvan te beseffen.
Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening werd afgewezen. De rechtbank wees tevens op de mogelijkheid tot hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na verzending van het vonnis.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen.