ECLI:NL:RBDHA:2016:2199
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke uitspraak over voldoende algemene machtiging bij Wob-verzoek
Eiser diende op 13 juli 2015 een Wob-verzoek in bij de korpschef van politie Rotterdam-Rijmond, vertegenwoordigd door gemachtigde Niederer. Verweerder stelde dat de bij het verzoek gevoegde machtiging onvoldoende specifiek was en nam het verzoek op 1 september 2015 niet in behandeling. Eiser stelde beroep in tegen zowel het niet tijdig beslissen als het niet in behandeling nemen van het verzoek.
De rechtbank oordeelt dat de algemene machtiging, waarin Niederer bevoegd werd verklaard om alle noodzakelijke handelingen te verrichten, voldoende specifiek is om de grenzen van de vertegenwoordigingsbevoegdheid te bepalen. Verweerder heeft ten onrechte het verzoek buiten behandeling gesteld. Tevens is vastgesteld dat verweerder niet tijdig heeft beslist, waardoor een dwangsom van €80,- is verbeurd.
De rechtbank vernietigt het besluit van 1 september 2015, verklaart het beroep gegrond, en draagt verweerder op binnen vier weken een nieuw besluit te nemen. Verweerder wordt veroordeeld tot betaling van proceskosten van €1.116,- en het griffierecht van €167,-. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het besluit tot niet-behandeling van het Wob-verzoek wordt vernietigd en verweerder wordt veroordeeld tot het nemen van een nieuw besluit en betaling van proceskosten.