ECLI:NL:RBDHA:2016:1934
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling voortduren maatregel van bewaring vreemdeling en afwijzing schadevergoeding
Eiser, een Algerijnse vreemdeling, maakte bezwaar tegen het voortduren van zijn maatregel van bewaring die op 6 januari 2016 door de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie was opgelegd. Eiser had geweigerd mee te werken aan vertrekgesprekken en het invullen van aanvraagformulieren voor een laissez-passer (LP) bij de Algerijnse autoriteiten.
De rechtbank stelde vast dat de rechtmatigheid van de bewaring zelf reeds op 25 januari 2016 was beoordeeld. Het geschil betrof nu de rechtmatigheid van het voortduren van deze maatregel. Uit de stukken bleek dat de staatssecretaris voldoende voortvarend had gehandeld door zelf de LP-aanvraag in te vullen en de benodigde gegevens te verzamelen, ondanks de niet-medewerking van eiser.
De rechtbank oordeelde dat het voortduren van de bewaring niet onrechtmatig was en dat de belangenafweging in redelijkheid gerechtvaardigd was. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring is ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding is afgewezen.