ECLI:NL:RBDHA:2016:17267
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens onvoldoende motivering meerderjarigheid
Eiser diende op 27 november 2015 een asielaanvraag in Nederland in, waarna verweerder deze niet in behandeling nam omdat Duitsland verantwoordelijk werd geacht op grond van de Dublinverordening. Verweerder baseerde zijn conclusie dat eiser evident meerderjarig was op een proces-verbaal van een schouw van 13 mei 2016, waarin uiterlijke kenmerken en inconsistenties in verklaringen werden genoemd.
De rechtbank oordeelde dat de schouw niet door deskundigen was uitgevoerd en niet wetenschappelijk onderbouwd was. De genoemde uiterlijke kenmerken en inconsistenties boden onvoldoende grondslag voor de conclusie dat eiser evident meerderjarig was. Ook de verklaringen van de vermeende vader waren niet overtuigend en konden niet worden gebruikt om de meerderjarigheid vast te stellen.
Hierdoor was het besluit van verweerder ondeugdelijk gemotiveerd en in strijd met artikel 3:46 van Pro de Algemene wet bestuursrecht. De rechtbank vernietigde het besluit en veroordeelde verweerder tot het nemen van een nieuw besluit met inachtneming van deze uitspraak. Tevens werd verweerder veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering van de evidente meerderjarigheid en verweerder wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen.