ECLI:NL:RBDHA:2016:17200
Rechtbank Den Haag
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek tegen rechter in belastingzaak gemeente Den Haag
Op 21 januari 2016 vond de mondelinge behandeling plaats van een beroep tegen een besluit van de heffingsambtenaar van de gemeente Den Haag. Tijdens deze zitting werd door de gemachtigde van verzoekster een wrakingsverzoek ingediend tegen de rechter mr. dr. N. Djebali. De wrakingskamer heeft het verzoek behandeld en de schriftelijke reactie van de rechter ontvangen.
Verzoekster stelde dat de zitting onterecht buiten haar gemachtigde om was begonnen, waardoor de schijn van partijdigheid zou zijn gewekt. De rechter stelde dat de zitting op tijd was begonnen en dat het misverstand bij de bode lag. Bovendien was er nog geen beslissing genomen op het verzoek tot verdaging op het moment van wraking, en het afwijzen van een verdagingsverzoek kan niet leiden tot vooringenomenheid.
De wrakingskamer overwoog dat een rechter wordt vermoed onpartijdig te zijn, tenzij er zwaarwegende aanwijzingen zijn voor het tegendeel. De beslissing op een verzoek tot aanhouding van de behandeling is een processuele beslissing waartegen wraking in beginsel niet kan worden ingezet. Omdat het verzoek tot aanhouding nog niet was afgewezen ten tijde van het wrakingsverzoek, was er geen sprake van vooringenomenheid.
De wrakingskamer wees het wrakingsverzoek af en bepaalde dat het proces in de hoofdzaak wordt voortgezet. Tevens werd vastgesteld dat de gemachtigde van verzoekster misbruik maakt van het wrakingsrecht door frequent wrakingsverzoeken in te dienen, waardoor een volgend wrakingsverzoek in deze hoofdzaak niet in behandeling wordt genomen.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek wordt afgewezen en een volgend wrakingsverzoek in deze hoofdzaak wordt niet in behandeling genomen.