De zaak betreft een verzoek van het Hoog Risico en Expertiseteam van de Raad voor de Kinderbescherming tot voorlopige ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing van twee minderjarige kinderen. De kinderen zijn na emigratie van de moeder naar Turkije recentelijk teruggebracht naar Nederland, waar ernstige zorgen zijn gerezen over huiselijk geweld door de vader en diens vriendin, alsmede gedragsproblemen bij de kinderen.
De vader heeft geen vaste woon- of verblijfplaats en vertoont extreem gewelddadig en bedreigend gedrag. De moeder is onvindbaar en kan geen zorg bieden. De Raad acht continuering van ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing noodzakelijk om de veiligheid van de kinderen te waarborgen en een vervolgtraject te onderzoeken.
De kinderrechter heeft op basis van de ingebrachte stukken, verklaringen en het advies van deskundigen geoordeeld dat de wettelijke gronden voor voorlopige ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing aanwezig zijn. De kinderen worden geplaatst in een crisispleeggezin, met nader onderzoek naar de beste plaatsing, bij voorkeur binnen het eigen netwerk zoals bij grootmoeder of tante.
De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en de behandeling van het verzoek wordt aangehouden tot een nader te bepalen zitting. Hoger beroep is mogelijk binnen drie maanden na uitspraak door tussenkomst van een advocaat bij het gerechtshof Den Haag.