ECLI:NL:RBDHA:2016:16891
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging intrekking verblijfsvergunning en afwijzing mvv-aanvraag wegens onvoldoende bewijs identiteit en gezinsband
Eiser I en eiseres kregen hun verblijfsvergunningen asiel ingetrokken door verweerder op grond van vermeende onjuiste gegevens over identiteit. Verweerder baseerde zich op onderzoek van Bureau Documenten en ambtsberichten die twijfels opriepen over de authenticiteit van het paspoort en de identiteit van eiser I. Tevens werd de mvv-aanvraag van eiser II, die stelt een zoon te zijn, afgewezen vanwege het ontbreken van een biologische of feitelijke gezinsband.
De rechtbank stelde vast dat het onderzoek van verweerder onvoldoende was om aannemelijk te maken dat eiser I onjuiste gegevens had verstrekt. Het onderzoek was deels gebaseerd op oude rapporten en onvoldoende zelfstandig onderzoek naar het paspoort. De ambtsberichten waren tegenstrijdig en boden onvoldoende bewijs om de identiteit van eiser I te betwijfelen. Daarom was de intrekking van de verblijfsvergunningen van eiser I en eiseres onrechtmatig.
Ten aanzien van eiser II concludeerde de rechtbank dat het DNA-onderzoek aantoonde dat hij geen biologisch kind was, en dat de feitelijke gezinsband niet aannemelijk was gemaakt. De verklaringen en documenten die eiser II aanvoerde, waren onvoldoende bewijs. Daarom werd het beroep tegen de afwijzing van de mvv-aanvraag ongegrond verklaard.
De rechtbank vernietigde de intrekkingsbesluiten van de verblijfsvergunningen van eiser I en eiseres, veroordeelde verweerder tot betaling van proceskosten en droeg verweerder op binnen zes weken nieuwe besluiten te nemen. Het beroep van eiser II werd afgewezen.
Uitkomst: De intrekking van de verblijfsvergunningen van eiser I en eiseres wordt vernietigd; de afwijzing van de mvv-aanvraag van eiser II wordt bevestigd.