ECLI:NL:RBDHA:2016:16885
Rechtbank Den Haag
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek tegen rechter in zorgtoeslagzaak
In deze zaak heeft de Belastingdienst/Toeslagen het bezwaarschrift van verzoeker over de zorgtoeslag 2007 ongegrond verklaard, waarna verzoeker beroep instelde. Verzoeker diende een wrakingsverzoek in tegen de rechter die het beroep zou behandelen, stellende dat mogelijk Belgisch recht van toepassing is en verwijzend naar stukken van de Belastingdienst.
De rechter gaf schriftelijk aan het wrakingsverzoek af te wijzen en verklaarde geen schijn van partijdigheid te zien. Tijdens de mondelinge behandeling verscheen verzoeker en de rechter, belanghebbende was niet vertegenwoordigd.
De wrakingskamer overwoog dat een rechter onpartijdig moet worden vermoed tenzij uitzonderlijke omstandigheden anders aantonen. Het verzoek tot wraking baseerde zich deels op het feit dat de rechter stukken had opgevraagd bij de Belastingdienst, maar dit is een normale processuele handeling en vormt geen grond voor wraking tenzij onbegrijpelijk en indicatief voor partijdigheid.
De wrakingskamer concludeerde dat geen zwaarwegende aanwijzingen voor vooringenomenheid aanwezig zijn en wees het wrakingsverzoek af. Het proces in de hoofdzaak wordt voortgezet zoals het was ten tijde van het wrakingsverzoek.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de rechter is afgewezen wegens ontbreken van gegronde aanwijzingen voor partijdigheid.