ECLI:NL:RBDHA:2016:16884
Rechtbank Den Haag
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek tegen rechters rechtbank Den Haag in belastingzaak
In deze bestuursrechtelijke procedure heeft verzoeker een wrakingsverzoek ingediend tegen twee rechters van de rechtbank Den Haag, naar aanleiding van de afwijzing van zijn verzoek om uitstel van de behandeling van zijn verzet tegen een belastingaanslag. De Belastingdienst had het bezwaar van verzoeker tegen de aanslag inkomstenbelasting 2010 niet-ontvankelijk verklaard, waarna verzoeker beroep en verzet instelde. Verzoeker kampte met gezondheidsklachten en vroeg herhaaldelijk uitstel, dat uiteindelijk werd geweigerd.
De wrakingskamer behandelde het verzoek op 18 april 2016, waarbij verzoeker niet verscheen. Het wrakingsverzoek richtte zich op de rechter die het uitstelverzoek had afgewezen en op de inhoudelijk behandelend rechter. De wrakingskamer verklaarde het verzoek tegen de inhoudelijk behandelend rechter niet-ontvankelijk, omdat deze geen betrokkenheid had bij het uitstelbesluit.
De wrakingskamer overwoog dat het afwijzen van een uitstelverzoek een processuele beslissing is die in principe geen grond voor wraking vormt, tenzij sprake is van een onbegrijpelijke beslissing die wijst op vooringenomenheid. Dit was niet het geval. De kamer concludeerde dat er geen objectief gerechtvaardigde vrees voor partijdigheid bestond en wees het wrakingsverzoek af. Het proces in de hoofdzaak werd voortgezet in de stand van zaken ten tijde van het wrakingsverzoek.
Uitkomst: Wrakingsverzoek tegen rechters wordt afgewezen en proces wordt voortgezet.