Uitspraak
WRAKINGSKAMER VAN DE RECHTBANK DEN HAAG
ANDERZORG N.V.,
Rechtbank Den Haag
In deze civiele procedure heeft verzoeker een wrakingsverzoek ingediend tegen de kantonrechter die zijn zaak behandelt. Het verzoek betrof vermeende onpartijdigheid en het niet in de gelegenheid stellen om te reageren op processtukken van de wederpartij.
De wrakingskamer constateerde dat de gronden voor wraking bij verzoeker bekend waren op of kort na 10 oktober 2016, maar het verzoek werd pas op 2 december 2016 ingediend, wat te laat is volgens artikel 37 lid 1 Rv Pro. Daarnaast werd geoordeeld dat onvrede over een processuele beslissing geen grond voor wraking is zonder zwaarwegende aanwijzingen van vooringenomenheid.
Daarom werd verzoeker niet-ontvankelijk verklaard in zijn wrakingsverzoek en werd bepaald dat de hoofdzaak wordt voortgezet in de stand waarin deze zich bevond bij indiening van het wrakingsverzoek. De beslissing is op 23 december 2016 in het openbaar uitgesproken door drie rechters van de rechtbank Den Haag.
Uitkomst: Verzoeker is niet-ontvankelijk verklaard in zijn wrakingsverzoek wegens te late indiening; de hoofdzaak wordt voortgezet.