ECLI:NL:RBDHA:2016:16622
Rechtbank Den Haag
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Uitlevering aan Verenigde Staten niet onrechtmatig ondanks mogelijk doorleveren aan Peru
Eiser, met de Mexicaanse en Amerikaanse nationaliteit, werd veroordeeld tot een gevangenisstraf van 120 maanden en is voortvluchtig sinds 1999. De Verenigde Staten verzochten om zijn uitlevering, welke door de Nederlandse uitleveringskamer werd toegestaan en bevestigd. Eiser is tevens verdachte in een Nederlands onderzoek naar drugshandel (onderzoek 26Top).
Eiser vordert in kort geding dat zijn uitlevering aan de Verenigde Staten wordt uitgesteld totdat zijn vervolging in Nederland onherroepelijk is afgerond, uit vrees voor doorlevering aan Peru voor andere strafbare feiten. Hij stelt dat hij een rechtstreeks belang heeft bij vervolging in Nederland vanwege de mogelijkheid tot adequate verdediging en het waarheidsvindingbelang.
De rechtbank oordeelt dat de vorderingen prematuur zijn omdat het verzoek tot uitlevering aan Peru niet concreet is en dat Nederland geen verplichting heeft tot vervolging. Bovendien beschermt het uitleveringsverdrag met de Verenigde Staten dat doorlevering aan Peru niet zonder toestemming van Nederland mag plaatsvinden, waarbij eiser rechtsmiddelen kan aanwenden.
De stelling dat in Peru geen eerlijk proces zal plaatsvinden, is eveneens prematuur en kan pas worden beoordeeld als Peru daadwerkelijk om uitlevering verzoekt. De rechtbank wijst de vorderingen af en veroordeelt eiser in de kosten van het geding.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vorderingen af en verklaart de uitlevering aan de Verenigde Staten niet onrechtmatig.