ECLI:NL:RBDHA:2016:16568
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen overdracht asielzoeker aan Duitsland op grond van Dublinverordening
Eiser heeft op 5 november 2016 asiel aangevraagd in Nederland, maar verweerder heeft de aanvraag niet in behandeling genomen omdat Duitsland verantwoordelijk is voor de behandeling van de aanvraag op grond van de Dublinverordening. Duitsland heeft ingestemd met de terugname van eiser. Eiser betoogt dat de opvangvoorzieningen en rechtsbijstand in Duitsland onvoldoende zijn en beroept zich op het EHRM-arrest Tarakhel.
De rechtbank overweegt dat Nederland in principe kan vertrouwen op de garanties van Duitsland en dat eiser onvoldoende heeft onderbouwd dat er sprake is van systeemfouten of een reëel risico op onmenselijke behandeling in Duitsland. Ook is niet aannemelijk gemaakt dat eiser in Duitsland geen adequate rechtsbijstand kan krijgen. Het arrest Tarakhel is niet van toepassing omdat de situatie in Duitsland niet vergelijkbaar is met die in Italië.
De rechtbank concludeert dat de beroepsgronden niet slagen, dat de overdracht aan Duitsland kan plaatsvinden en verklaart het beroep ongegrond. Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt eveneens afgewezen. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de overdracht aan Duitsland wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen.