ECLI:NL:RBDHA:2016:16560
Rechtbank Den Haag
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid vordering tot verbod executoriale verkoop wegens niet-betrokken executiegeschil
Zwammerdam vordert in kort geding dat de Staat wordt verboden de executoriale verkoop van een Mercedes E-klasse voort te zetten en dat de auto aan haar wordt geretourneerd. Zij stelt eigenaar te zijn van de Mercedes, ondanks dat het executoriale beslag op de auto is gelegd ten laste van [A], die veroordeeld is tot een ontnemingsmaatregel.
De voorzieningenrechter stelt vast dat Zwammerdam als derde partij in de zin van artikel 438 lid 5 Rv Pro wordt aangemerkt en dat zij in strijd met dit dwingende voorschrift heeft nagelaten ook de geëxecuteerde ([A]) in de procedure te betrekken. Hierdoor is Zwammerdam niet-ontvankelijk in haar vorderingen.
Ten overvloede overweegt de voorzieningenrechter dat de Staat voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat de Mercedes vatbaar is voor executoriaal beslag en dat [A] als bezitter en vermoedelijk rechthebbende kan worden aangemerkt. De stellingen van Zwammerdam dat zij eigenaar is, worden onvoldoende onderbouwd geacht. De vorderingen zouden derhalve inhoudelijk worden afgewezen. Zwammerdam wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Zwammerdam wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet betrekken van de geëxecuteerde en de Staat mag executoriale verkoop voortzetten.