ECLI:NL:RBDHA:2016:16488
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens verantwoordelijkheid Duitsland op grond van Dublinverordening
Eiser, een Algerijnse nationaliteit dragende vreemdeling, verzocht om een verblijfsvergunning asiel in Nederland. De staatssecretaris van Veiligheid en Justitie nam het verzoek niet in behandeling omdat Duitsland volgens de Dublinverordening verantwoordelijk is voor de behandeling van het asielverzoek. Duitsland had bevestigd dat eiser op 18 februari 2014 asiel had aangevraagd en de Duitse autoriteiten hadden ingestemd met terugname.
Eiser voerde aan dat hij geen formeel asielverzoek in Duitsland had ingediend en dat de registratie van zijn vingerafdrukken in Eurodac niet betekent dat hij daadwerkelijk asiel had aangevraagd. Tevens stelde hij dat de toewijzing aan Duitsland willekeurig en in strijd met het verbod van détournement de pouvoir was. De rechtbank verwierp deze stellingen en oordeelde dat de Eurodac-verordening en de Dublinverordening duidelijk maken dat Duitsland verantwoordelijk blijft voor de behandeling.
Verder maakte eiser niet aannemelijk dat Duitsland zijn verdragsverplichtingen niet zou nakomen, ondanks verwijzingen naar rapporten over de Duitse asielprocedures. Ook het beroep op artikel 80 VWEU Pro werd afgewezen omdat dit artikel geen directe werking heeft en slechts beleidskaders biedt.
De rechtbank concludeerde dat de staatssecretaris terecht het verzoek niet in behandeling heeft genomen en verklaarde het beroep ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen is ongegrond verklaard.