ECLI:NL:RBDHA:2016:16454
Rechtbank Den Haag
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Omgangsregeling en ondertoezichtstelling minderjarige na langdurige ouderlijke strijd
De rechtbank Den Haag behandelde verzoeken van de vader en moeder over omgang en ondertoezichtstelling van hun minderjarige kind, dat het middelpunt is van een langdurige en complexe ouderlijke strijd.
De vader vroeg om ontzegging van het omgangsrecht van de moeder, primair vanwege ernstige bezwaren van de minderjarige, subsidiair op andere wettelijke gronden. De Raad voor de Kinderbescherming adviseerde geen omgangsregeling vast te stellen vanwege de situatie, maar erkende het belang van contactherstel via geleidelijke en flexibele omgang.
De rechtbank concludeerde dat de minderjarige inmiddels via e-mail en Skype contact onderhoudt met de moeder en dit wil voortzetten en uitbreiden, waardoor geen sprake meer is van bezwaren die omgang rechtvaardigen te ontzeggen. Een vaste omgangsregeling achtte de rechtbank niet in het belang van het kind vanwege het risico op escalatie tussen ouders en de wens van de minderjarige om zelf het tempo te bepalen.
De informatieregeling blijft gehandhaafd, waarbij de vader verplicht is de moeder te informeren over belangrijke zaken betreffende het kind. Het verzoek van de moeder tot ondertoezichtstelling werd afgewezen omdat dit de druk op het kind zou verhogen en het contactherstel zou kunnen schaden.
De rechtbank ontsloeg de bijzondere curator en verklaarde de beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: De rechtbank wijzigt de omgangsregeling waarbij de minderjarige zelf bepaalt over contact met de moeder en wijst het verzoek tot ondertoezichtstelling af.