Partijen zijn gehuwd onder huwelijkse voorwaarden met een periodiek verrekenbeding en hebben twee minderjarige kinderen. De rechtbank wijst het verzoek tot echtscheiding toe wegens duurzame ontwrichting van het huwelijk. De hoofdverblijfplaats van de minderjarige kinderen wordt vastgesteld: de oudste bij de moeder en de jongste bij de vader, met een zorgregeling die ruimte laat voor overleg en aanpassing.
De rechtbank bepaalt dat de kinderalimentatie per heden op nihil wordt gesteld, aangezien beide ouders vergelijkbare inkomens hebben en ieder de kosten van het bij hem of haar wonende kind draagt. Het verzoek tot partneralimentatie wordt afgewezen omdat de vrouw in haar eigen behoefte voorziet.
De afwikkeling van de huwelijkse voorwaarden omvat de verdeling van de netto-opbrengst van de verkoop van de echtelijke woning, bankrekeningen, inboedel, auto’s, aandelen in de onderneming en pensioenrechten. De rechtbank beslist dat de man de helft van het opgebouwde pensioen in de onderneming aan de vrouw dient af te storten. Vorderingen op de ouders van de vrouw worden als schenkingen buiten de verdeling gelaten. Diverse verzoeken tot aanvullende verrekeningen en belastingaangiften worden geregeld of afgewezen.
De beschikking bevat uitvoerbare bepalingen bij voorraad en beoogt rust en duidelijkheid te brengen in de situatie van partijen en hun kinderen.