ECLI:NL:RBDHA:2016:16392
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep op standstill-bepaling voor verblijf moeder Turkse werknemer
Eiseres, moeder van een Turkse werknemer met de Nederlandse nationaliteit, verzocht om een machtiging tot voorlopig verblijf in Nederland op grond van het ouderenbeleid en de standstill-bepaling van Besluit nr. 1/80. Verweerder wees dit verzoek af omdat eiseres niet valt onder het unierechtelijke begrip 'gezinslid' zoals bedoeld in artikel 7 van Pro Besluit nr. 1/80, aangezien zij niet financieel noch sociaal afhankelijk is van haar zoon.
De rechtbank volgde verweerder in zijn standpunt dat voor het begrip 'gezinslid' aansluiting moet worden gezocht bij het begrip 'familielid' uit de Verblijfsrichtlijn 2004/38/EG, waarbij eiseres moet aantonen dat zij ten laste komt van haar zoon. Gezien haar AOW-uitkering uit Nederland en ouderdomsuitkering uit Turkije, en het ontbreken van bewijs van sociale afhankelijkheid, werd geconcludeerd dat zij niet ten laste is.
Eiseres voerde aan dat verweerder ten onrechte niet heeft getoetst aan het ouderenbeleid en dat het beroep op de standstill-bepaling door haar zoon als Turkse werknemer had moeten worden beoordeeld. De rechtbank verwierp dit en stelde dat het toetsingskader juist is toegepast.
Het beroep werd ongegrond verklaard en de rechtbank oordeelde dat de weigering geen schending van het recht op gezinsleven inhoudt. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van eiseres wordt ongegrond verklaard omdat zij geen gezinslid is als bedoeld in artikel 7 van Besluit nr. 1/80 en geen beroep kan doen op de standstill-bepaling.