ECLI:NL:RBDHA:2016:15937

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
19 december 2016
Publicatiedatum
22 december 2016
Zaaknummer
NL16.3662 (beroep) en NL16.3663 (verzoek)
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening+bodemzaak
Rechters
  • B.F.Th. de Roos
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 30c VwArt. 10 Richtlijn 2008/115/EG
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep niet-begeleide minderjarige tegen buiten behandeling stellen asielaanvraag en opleggen inreisverbod

Eiser, een niet-begeleide minderjarige, had een asielaanvraag ingediend die door verweerder buiten behandeling werd gesteld omdat eiser zich niet had gemeld voor het onderzoek en ook daarna niet beschikbaar was voor nader onderzoek. Tevens werd een inreisverbod van twee jaar opgelegd. Eiser stelde beroep in tegen beide besluiten en vroeg een voorlopige voorziening om uitzetting te voorkomen.

Tijdens de zitting op 19 december 2016 was eiser en zijn gemachtigde niet aanwezig. De rechtbank oordeelde dat het beroep ontvankelijk was omdat er procesbelang bestond, mede doordat stichting Nidos als voogd betrokken was en akkoord had gegeven voor het beroep. De rechtbank concludeerde dat het buiten behandeling stellen van de aanvraag terecht was omdat eiser niet beschikbaar was voor onderzoek.

Ten aanzien van het inreisverbod stelde de rechtbank vast dat verweerder niet had voldaan aan de voorwaarden van de Terugkeerrichtlijn 2008/115/EG, waaronder het kenbaar maken van een voornemen tot terugkeerbesluit aan Nidos en de gemachtigde. Daarom was het opleggen van het inreisverbod onrechtmatig en werd dit deel van het besluit vernietigd.

Een voorlopige voorziening werd niet toegekend omdat de hoofdzaak reeds besliste. Verweerder werd veroordeeld in de proceskosten van €496. Tegen het besluit staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

Uitkomst: Het beroep tegen het buiten behandeling stellen van de asielaanvraag is ongegrond, het beroep tegen het inreisverbod is gegrond en dat deel van het besluit wordt vernietigd.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
Zaaknummers: NL16.3662 (beroep) en NL16.3663 (verzoek)
V-nummer: [nummer]
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de voorzieningenrechter en de enkelvoudige kamer voor vreemdelingenzaken van 19 december 2016 in de zaak tussen

[eiser], eiser en verzoeker, hierna: eiser,

gemachtigde: mr. S. Zwiers,
en

de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie, verweerder,

gemachtigde: mr. P.M.W. Jans.

Procesverloop

Bij besluit van 29 november 2016 (het bestreden besluit) heeft verweerder de asielaanvraag van eiser buiten behandeling gesteld op grond van artikel 30c, eerste lid, aanhef en onder c, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw). Daarnaast is eiser een vertrektermijn onthouden en een inreisverbod opgelegd voor de duur van twee jaar.
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. Eiser heeft tevens een voorlopige voorziening gevraagd om uitzetting te voorkomen hangende de behandeling van het beroep.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 19 december 2016. Eiser en zijn gemachtigde zijn niet verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. Ter zitting is het onderzoek gesloten.

Overwegingen

1. De rechtbank doet na afloop van het onderzoek ter zitting onmiddellijk mondeling uitspraak. De rechtbank overweegt het volgende.
2. Niet in geschil is dat eiser een niet-begeleide minderjarige is. Allereerst dient te worden beoordeeld of eisers beroep ontvankelijk is. Verweerder beschikt over een melding dat eiser met onbekende bestemming is vertrokken. De gemachtigde van eiser heeft verklaard dat er eerder wel contact is geweest met eiser en met diens voogd, stichting Nidos. Nidos is betrokken bij de zaak en heeft gemachtigde van eiser desgevraagd akkoord gegeven voor het instellen van beroep tegen het bestreden besluit. De rechtbank leidt hieruit af dat eiser wel procesbelang heeft en het beroep ontvankelijk dient te worden verklaard.
3. Met betrekking tot het beroep tegen het buiten behandeling laten van eisers aanvraag oordeelt de rechtbank als volgt. Niet in geschil is dat eiser zich niet heeft gemeld voor de aanvang van zijn procedure op 29 november 2016. Ook nadien heeft eiser zich niet meer gemeld bij verweerder. Eiser heeft zich dan ook niet beschikbaar gehouden voor nader onderzoek. Verweerder was derhalve bevoegd de aanvraag buiten behandeling te stellen op grond van artikel 30c, eerste lid, aanhef en onder c, van de Vw. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder in dit geval terecht van deze bevoegdheid gebruik gemaakt en deze aanvraag buiten behandeling gesteld.
4. Gelet op het voorgaande is het beroep tegen het buiten behandeling laten van eisers aanvraag ongegrond.
5. In artikel 10 van Pro richtlijn 2008/115/EG (de Terugkeerrichtlijn) worden voorwaarden gesteld aan het uitvaardigen van een terugkeerbesluit tegen een niet-begeleide minderjarige. Noch uit het bestreden besluit, noch ter zitting is gebleken dat aan deze voorwaarden wordt voldaan. Verweerder heeft geen voornemen tot het nemen van het terugkeerbesluit kenbaar gemaakt. Ook voor wat betreft het opleggen van het inreisverbod had verweerder een voornemen kenbaar moeten maken bij Nidos en in ieder geval aan de gemachtigde van eiser. Verweerder had aan de hand daarvan moeten inventariseren of er humanitaire of andere redenen bestaan om van het inreisverbod af te zien. Gelet hierop had verweerder geen terugkeerbesluit mogen nemen en dus ook geen inreisverbod mogen opleggen.
6. Gelet op het voorgaande is het beroep tegen het opleggen van het inreisverbod gegrond en wordt het bestreden besluit in zoverre vernietigd.
7. Gegeven de beslissing in de hoofdzaak is er geen aanleiding voor het treffen van een voorlopige voorziening.
8. Verweerder zal op na te melden wijze in de proceskosten worden veroordeeld.

Beslissing

De rechtbank, in de zaak met nummer NL16.3662:
  • verklaart het beroep voor zover gericht tegen het buiten behandeling stellen van de asielaanvraag ongegrond;
  • verklaart het beroep gericht tegen het opleggen van het inreisverbod gegrond;
  • vernietigt het bestreden besluit voor zover daarbij een inreisverbod is opgelegd;
  • veroordeelt verweerder in de proceskosten van € 496 (vierhonderdzesennegentig euro), te betalen aan eiser.
De voorzieningenrechter, in de zaak met nummer AWB NL16.3663:
- wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. B.F.Th. de Roos, rechter en voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van S.A.K. Kurvink, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 19 december 2016.
Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak, voor zover deze betrekking heeft op het beroep, kan binnen één week na de dag van verzending van het proces-verbaal daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.