ECLI:NL:RBDHA:2016:15643
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling vervallenverklaring paspoort wegens vermoeden terroristische dreiging
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de burgemeester van Den Haag om zijn nationale paspoort vervallen te verklaren op grond van artikel 23 van Pro de Paspoortwet, vanwege een gegrond vermoeden dat eiser zou uitreizen naar Syrië of Irak om zich aan te sluiten bij jihadistische strijdgroepen.
De rechtbank overweegt dat het belang van de veiligheid van het Koninkrijk en andere gewichtige belangen in het geding zijn. De burgemeester heeft zich voldoende vergewist van het gegronde vermoeden en heeft een marginale toets toegepast, zoals voorgeschreven in de wet en jurisprudentie. De rechtbank wijst het beroep af omdat eiser onvoldoende zwaarwegende omstandigheden heeft aangevoerd die een uitzondering rechtvaardigen.
Verder oordeelt de rechtbank dat de maatregel niet in strijd is met het EU-recht of het EVRM, mede omdat eiser een geldige Nederlandse identiteitskaart bezit die hem het recht geeft om zich binnen de EU te verplaatsen. Het beroep wordt ongegrond verklaard en er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de vervallenverklaring van het paspoort wordt ongegrond verklaard.