ECLI:NL:RBDHA:2016:15632
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling ambtshalve subsidievaststelling en terugvordering wegens niet-naleving subsidieverplichting
Eiseres ontving subsidie voor een project gericht op ondersteuning van vertrekplichtige vreemdelingen. Verweerder stelde de subsidie ambtshalve op nihil vast voor mei en juni 2015 en vorderde een bedrag van €28.158,15 terug omdat eiseres niet binnen de gestelde termijn een eindverslag had ingediend.
Eiseres voerde aan dat interne bestuursproblemen en het niet verstrekken van informatie door bestuurders de oorzaak waren van het niet indienen van het eindverslag. De rechtbank oordeelde dat deze omstandigheden voor risico en rekening van eiseres komen en dat verweerder bevoegd was tot ambtshalve vaststelling en terugvordering op grond van de Awb.
De rechtbank verwierp ook het verweer dat sprake zou zijn van belangenverstrengeling bij verweerder. Verweerder had het publieke belang van verantwoording van publieke middelen en adequaat subsidiebeheer zwaarwegend geacht, wat de rechtbank als een evenredige belangenafweging beoordeelde.
Omdat de subsidievaststelling op nihil rechtens standhield, was de terugvordering van de voorschotten eveneens gerechtvaardigd. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van eiseres wordt ongegrond verklaard en de ambtshalve subsidievaststelling op nihil en terugvordering worden bevestigd.