ECLI:NL:RBDHA:2016:15464
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing machtiging voorlopig verblijf wegens openbare orde aspecten bevestigd
Eiser heeft een aanvraag ingediend voor een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) die door de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie is afgewezen op grond van openbare orde aspecten. Het bezwaar van eiser is eveneens ongegrond verklaard, waarna hij beroep instelde bij de rechtbank Den Haag.
Eiser voert aan dat de toepassing van artikel 6 van Pro de Gezinsherenigingsrichtlijn niet correct is geweest, met name dat de ernst van zijn eerdere veroordelingen onvoldoende is meegewogen. Hij stelt dat zijn boetes relatief laag zijn en dat hij sinds 2009 niet meer in aanraking is geweest met justitie.
De rechtbank overweegt dat het tweede lid van artikel 6 van Pro de richtlijn alleen ziet op intrekking of weigering van verlenging van verblijfsvergunningen, niet op eerste aanvragen zoals in deze zaak. De staatssecretaris heeft de aanvraag terecht afgewezen op basis van artikel 3.77, vierde lid, van het Vreemdelingenbesluit 2000, waarbij rekening is gehouden met de aard van de gezinsband en duur van verblijf.
De rechtbank concludeert dat het bestreden besluit in overeenstemming is met de Gezinsherenigingsrichtlijn en het Nederlandse vreemdelingenrecht, en verklaart het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de machtiging tot voorlopig verblijf wordt ongegrond verklaard.