ECLI:NL:RBDHA:2016:14968
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- B.F.Th. de Roos
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep op hardheidsclausule bij weigering verblijfsvergunning regulier
Eisers hebben een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd, welke door de staatssecretaris is afgewezen. Vervolgens verklaarde de staatssecretaris ook hun bezwaren ongegrond. Eisers stelden beroep in tegen deze beslissing en voerden aan dat de hardheidsclausule toegepast had moeten worden vanwege persoonlijke omstandigheden.
De rechtbank overwoog dat de staatssecretaris beoordelingsvrijheid heeft bij het toepassen van de hardheidsclausule en dat de rechter terughoudend moet toetsen of het zorgvuldigheidsvereiste is nageleefd en of relevante feiten zijn meegewogen. De rechtbank constateerde dat de staatssecretaris de persoonlijke omstandigheden, zoals het overlijden en de begrafenis van een familielid in Nederland, de leeftijd en gezondheidsklachten van eisers, heeft betrokken in zijn beoordeling.
De rechtbank vond dat de staatssecretaris in redelijkheid tot zijn beslissing kon komen dat het ontbreken van een machtiging tot voorlopig verblijf niet tot een onbillijkheid van overwegende aard leidt. Ook een brief van de minister uit 2007 over discretionaire bevoegdheid bood geen aanleiding tot een ander oordeel. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van eisers tegen de afwijzing van hun verblijfsvergunning is ongegrond verklaard.