Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[naam 2],
Rechtbank Den Haag
Opposante had beroep ingesteld dat door de rechtbank op 15 september 2016 kennelijk niet-ontvankelijk werd verklaard omdat het beroepschrift niet de gronden van het beroep bevatte en dit verzuim niet binnen de gestelde termijn was hersteld.
Tegen deze uitspraak werd op 27 september 2016 verzet gedaan. De rechtbank moest beoordelen of de niet-ontvankelijkverklaring terecht was. De rechtbank constateerde dat het uitstelverzoek voor het indienen van herstelgronden pas op de laatste dag van de hersteltermijn en kort voor middernacht was ingediend, waardoor tijdige beslissing niet mogelijk was.
De herstelverzuimbrief stelde een termijn voor het indienen van een uitstelverzoek uiterlijk een week vóór afloop van de hersteltermijn, welke niet was nageleefd. Hierdoor kon de rechtbank niet tijdig beslissen en bleef de niet-ontvankelijkverklaring terecht.
De rechtbank verklaarde het verzet ongegrond en handhaafde de eerdere uitspraak. Tegen deze uitspraak was geen rechtsmiddel mogelijk.
Uitkomst: Het verzet tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het beroep wordt ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak blijft in stand.