ECLI:NL:RBDHA:2016:14396
Rechtbank Den Haag
- Bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens ongeloofwaardig relaas over politieke vervolging en etnisch geweld
Eiser, een Ethiopische nationaliteit, verzocht om een verblijfsvergunning asiel op grond van vermeende politieke vervolging vanwege zijn Amhaarse etniciteit en deelname aan een betoging van de Kinijit-partij. Hij stelde dat zijn vader was lastiggevallen en overleden door autoriteiten, dat familieleden waren vermoord en dat hij zelf gewond raakte bij een moordaanslag.
De staatssecretaris wees het verzoek af wegens onvoldoende geloofwaardigheid van het relaas. De rechtbank bevestigde deze afwijzing na onderzoek, waarbij werd vastgesteld dat eiser summier en tegenstrijdig had verklaard over de incidenten, waaronder de dood van zijn vader en de aanslag op hem en zijn oom. Ook ontbrak een concrete onderbouwing van het motief voor de moorden en de arrestatie na de betoging.
De rechtbank oordeelde dat eiser niet aannemelijk had gemaakt dat hij als vluchteling kon worden aangemerkt of dat hij een reëel risico liep op ernstige schade bij terugkeer. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en een proceskostenveroordeling werd niet opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard wegens ongeloofwaardig relaas.