ECLI:NL:RBDHA:2016:1439
Rechtbank Den Haag
- Proces-verbaal
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen eindafrekening bestuursrechtelijke premie zorgverzekering
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van verweerder waarin een bedrag van €899,16 aan bestuursrechtelijke premie zorgverzekering werd vastgesteld over de periode 1 maart 2014 tot en met 28 februari 2015. De rechtbank heeft vastgesteld dat eiser aannemelijk heeft gemaakt het griffierecht niet te kunnen betalen, waardoor hij in zijn beroep is ontvangen.
De rechtbank beoordeelde uitsluitend de eindafrekening van de bestuursrechtelijke premie, waarbij de beroepsgronden over bestuurlijke boetes buiten beschouwing zijn gelaten. De premie is vastgesteld op basis van artikel 18e van de Zorgverzekeringswet en gerelateerde regelingen, waarbij een totaalbedrag van €1.342,16 werd verminderd met €443,- aan ingehouden zorgtoeslag, resulterend in een restschuld van €899,16.
Hoewel eiser zich in een precaire financiële situatie bevindt en stelt onder het bestaansminimum te leven, voldoet hij niet aan de voorwaarden voor kwijtschelding van de premie zoals opgenomen in de Beleidsregels inning bestuursrechtelijke premie Zorgverzekeringswet 2012. Verweerder heeft toegezegd de invordering op te schorten totdat eiser weer betalingsmogelijkheden heeft. De rechtbank wijst het beroep af en ziet geen aanleiding tot proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de eindafrekening van de bestuursrechtelijke premie zorgverzekering wordt ongegrond verklaard.