ECLI:NL:RBDHA:2016:14219
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- A.W. Ente
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens aanvaarding vestigingsalternatief in Koerdische Autonome Republiek
Eiser, een Iraakse Koerd, diende een opvolgende asielaanvraag in die door de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie werd afgewezen. De rechtbank beoordeelde of het standpunt van verweerder dat eiser zich redelijkerwijs in de Koerdische Autonome Republiek (KAR) kan vestigen, terecht was. Eiser werd geboren en heeft tot zijn achtste in de KAR gewoond en was eerder militair in Irak.
De rechtbank concludeerde dat de KAR als vestigingsalternatief geldt, mede gelet op het ambtsbericht over de veiligheidssituatie en het feit dat veel ontheemden zich daar zelfstandig weten te handhaven. Eiser had onvoldoende aannemelijk gemaakt dat hij vanwege zijn Koerdische etniciteit of militaire dienst in het Iraakse leger in de KAR in gevaar zou zijn.
Ook het door eiser aangevoerde sponsorvereiste bij terugkeer werd door de rechtbank verworpen, omdat dit niet geldt voor terugkeerders uit Europa. De medische situatie van eiser, bestaande uit psychische klachten, werd erkend maar niet als zodanig ernstig beoordeeld dat het uitblijven van behandeling een schending van artikel 3 EVRM Pro zou opleveren.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees het verzoek om een voorlopige voorziening af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen het vonnis staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard vanwege het aanvaarden van een vestigingsalternatief in de Koerdische Autonome Republiek.