Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[naam], eiser,
de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie, verweerder,
Procesverloop
Overwegingen
schriftelijkin kennis te worden gesteld. Daarnaast moet op grond van deze bepaling aangegeven worden op welk moment de verlengde beslistermijn eindigt. Artikel 42, zevende lid, van de Vw betreft de implementatie van artikel 31, zesde lid, van de richtlijn 2013/32/EU (Procedurerichtlijn). De rechtbank stelt vast dat de Procedurerichtlijn, de Vw en het Vb niet voorzien in een bepaling ten aanzien van de
wijze van bekendmakingvan een besluit. Dat betekent dat hiervoor de algemene nationaalrechtelijke bepaling, neergelegd in artikel 3:41 van Pro de Awb, van toepassing is. Verweerder had eiser dan ook persoonlijk in kennis moeten stellen van de verlenging van de beslistermijn. Publicatie van het WBV 2016/3 is niet een bekendmaking in de zin van artikel 3:41 van Pro de Awb. Aan dit oordeel draagt bij dat uit de toelichting op het WBV 2016/3 volgt dat het niet de bedoeling was om ook ten aanzien van asielaanvragen die vóór de datum van publicatie van de WBV (11 februari 2016) zijn ingediend, zoals de asielaanvraag van eiser, de beslistermijn te verlengen.