ECLI:NL:RBDHA:2016:13818

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
3 november 2016
Publicatiedatum
17 november 2016
Zaaknummer
Nl16.2980
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Mondelinge uitspraak
Rechters
  • B.F.Th. de Roos
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing asielaanvraag wegens ongeloofwaardige dienstplichtweigering en onvoldoende onderbouwing

De rechtbank Den Haag heeft op 3 november 2016 uitspraak gedaan in een bestuursrechtelijke zaak betreffende een asielaanvraag van een Algerijnse eiser. De staatssecretaris van Veiligheid en Justitie had de asielaanvraag op 20 oktober 2016 afgewezen als ongegrond. De eiser kon geen documenten overleggen ter onderbouwing van zijn paspoort, visum, dienstplichtoproepen, of zijn vermeende kippenfokkerij en financiële problemen.

De rechtbank oordeelde dat de verklaringen van eiser over zijn dienstplichtweigering vaag en inconsistent waren en onvoldoende geloofwaardig. Ook het algemene ambtsbericht over Algerije bevestigde dat het voor dienstplichtigen moeilijk is het land te verlaten, waardoor de verklaring van eiser over corruptie als reden voor vertrek onvoldoende was. Daarnaast had eiser bescherming kunnen vragen bij de overheid voor zijn financiële problemen.

De rechtbank hoefde de algemene informatie over de situatie in Algerije niet te beoordelen, omdat het individuele verhaal van eiser niet aannemelijk was gemaakt. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard wegens ongeloofwaardige dienstplichtweigering en onvoldoende onderbouwing.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
Zaaknummer: NL16.2980
V-nummer: [nummer]
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer voor vreemdelingenzaken van 3 november 2016 in de zaak tussen

[naam], eiser,

gemachtigde: mr. M.C.M. van der Mark,
en

de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie, verweerder,

gemachtigde: mr. M.M.E. Jasper.

Procesverloop

Bij besluit van 20 oktober 2016 (het bestreden besluit) heeft verweerder de asielaanvraag van eiser afgewezen als ongegrond.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 3 november 2016. Eiser is verschenen bij zijn gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Overwegingen

1. De rechtbank doet na afloop van het onderzoek ter zitting onmiddellijk mondeling uitspraak. De rechtbank overweegt het volgende.
2. Naar het oordeel van de rechtbank is het opmerkelijk dat eiser veel heeft aangevoerd maar niets heeft gedocumenteerd. Eiser kan zijn paspoort, visum en dienstplichtoproepen niet produceren en heeft evenmin met documenten onderbouwd dat hij een kippenfokkerij en geldproblemen had. De dienstplichtweigering/ontduiking is evenmin gedocumenteerd. De verklaringen die eiser hierover heeft afgelegd zijn vaag en niet consistent. Verweerder heeft dat uitvoerig uiteengezet in het bestreden besluit en de rechtbank volgt dat. Ook blijkt uit pagina 44 van het algemeen ambtsbericht over Algerije van juni 2005 dat er voor mannen die voor militaire dienst worden opgeroepen restricties gelden met betrekking tot uitreizen, zodat het niet zo gemakkelijk is om het land te verlaten. De verwijzing naar corruptie, ter verklaring van zijn uitreis, is onvoldoende. Reeds hierom heeft verweerder de verklaringen van eiser over de dienstplichtweigering ongeloofwaardig kunnen vinden.
3. Daarnaast is de rechtbank van oordeel dat eiser voor de problemen ontstaan door de geldlening voor de kippenfokkerij wel degelijk bescherming had kunnen vragen bij de overheid. De rechtbank komt niet toe aan de beoordeling van de inhoud van de algemene informatie die is overgelegd ter ondersteuning van de vrees bij terugkeer naar Algerije, omdat eiser zijn individuele relaas niet aannemelijk kan maken.
4. Het beroep is ongegrond.
5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank:
- verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. B.F.Th. de Roos, rechter, in aanwezigheid van mr. J.A.B. Koens, griffier, op 3 november 2016.
Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen één week na de dag van verzending van het proces-verbaal daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.