Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[naam 1], geboren op 22 februari 1975, hierna: eiser 1,
[naam 3], geboren op 1 januari 1999, hierna: eiser 2,
gezamenlijk te noemen: eisers,
Rechtbank Den Haag
Eisers, allen van Syrische nationaliteit, hebben beroep ingesteld tegen besluiten waarin hun aanvragen om asiel niet in behandeling werden genomen omdat Duitsland verantwoordelijk werd geacht voor hun asielprocedure op grond van de Dublinverordening. Duitsland had aanvankelijk het terugnameverzoek afgewezen, maar na heroverweging geaccepteerd.
Eisers voerden aan dat er geen officiële asielaanvragen in Duitsland waren gedaan, dat de overdrachtstermijn was verstreken en dat de procedure te lang had geduurd. Ook werd aangevoerd dat humanitaire aspecten onvoldoende waren meegewogen.
De rechtbank oordeelde dat eisers in Duitsland waren geregistreerd via Eurodac en dat Duitsland terecht werd beschouwd als verantwoordelijke lidstaat. De overdrachtstermijn van zes maanden was nog niet verstreken en de procedure was niet onredelijk vertraagd. Bovendien waren de humanitaire omstandigheden onvoldoende om af te wijken van overdracht.
De beroepen werden ongegrond verklaard en de verzoeken om voorlopige voorziening werden afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De beroepen tegen de overdracht aan Duitsland worden ongegrond verklaard en de verzoeken om voorlopige voorziening worden afgewezen.