ECLI:NL:RBDHA:2016:13769
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- A.W. Ente
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet-in behandeling neming asielaanvraag op grond van Dublinverordening
Eiser, een Iraakse nationaliteit bewerende alleenreizende minderjarige, diende een asielaanvraag in Nederland in. Verweerder nam deze aanvraag niet in behandeling omdat het Verenigd Koninkrijk verantwoordelijk werd geacht op grond van de Dublinverordening. Uit het onderzoek bleek dat eiser meerdere aliassen gebruikte en in het Verenigd Koninkrijk als meerderjarige stond geregistreerd, waardoor twijfels over zijn minderjarigheid werden weggenomen.
Eiser voerde aan dat hij wel minderjarig is en dat een leeftijdsonderzoek moest worden uitgevoerd. Hij gaf aan in Engeland zijn geboortedatum bewust te hebben aangepast vanwege beperkingen voor minderjarigen en vreest voor zijn veiligheid bij terugkeer. De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht van meerderjarigheid mocht uitgaan vanwege het ontbreken van authentieke documenten en dat er geen reden was om alsnog een leeftijdsonderzoek te verrichten.
Daarnaast werd het beroep op artikel 17 van Pro de Dublinverordening, dat bescherming biedt tegen overdracht bij bijzondere omstandigheden, verworpen omdat eiser onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat het Verenigd Koninkrijk zijn verdragsverplichtingen niet zou nakomen of dat overdracht onevenredige hardheid zou veroorzaken.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees het verzoek om voorlopige voorziening af. Kosten werden niet toegewezen. Tegen deze uitspraak kan binnen een week hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit tot niet-in behandeling neming van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen.