ECLI:NL:RBDHA:2016:13760
Rechtbank Den Haag
- Bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid asielaanvraag wegens geldige verblijfsvergunning in Italië
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie waarin zijn asielaanvraag niet-ontvankelijk werd verklaard op grond van artikel 30a van de Vreemdelingenwet 2000, omdat hij reeds in Italië een geldige verblijfsvergunning bezit en daar internationale bescherming geniet.
De rechtbank overweegt dat eiser, ondanks zijn stelling dat hij in Italië praktisch geen aanspraak kan maken op zijn rechten, dit bij de Italiaanse autoriteiten moet aankaarten. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft eerder geoordeeld dat het bezit van een asielstatus in een EU-lidstaat impliceert dat van de vreemdeling verlangd kan worden daarheen te gaan.
De aanwezigheid van eisers echtgenote en kinderen in Nederland doet hieraan niet af; voor gezinshereniging kan een reguliere verblijfsvergunning worden aangevraagd. Het beleid is om bij niet-ontvankelijkheid van de asielaanvraag niet ambtshalve te toetsen aan artikel 8 EVRM Pro. Het beroep wordt ongegrond verklaard en proceskosten worden niet toegewezen.
Uitkomst: De asielaanvraag wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat eiser al internationale bescherming geniet in Italië.