Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de meervoudige kamer van 10 november 2016 in de zaak tussen
[eisers] , te [woonplaats 1] , eisers
het college van burgemeester en wethouders van Gouda, verweerder
[persoon 1], te [woonplaats 1] , vergunninghoudster.
Procesverloop
Eisers zijn verschenen, bijgestaan door [persoon 2] , kantoorgenoot van hun gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde, werkzaam bij de Omgevingsdienst Midden-Holland. Namens vergunninghoudster zijn verschenen [persoon 3] , [persoon 4] en [persoon 5] .
Overwegingen
°van de Wabo, in samenhang met artikel 4, aanhef en onderdeel 9 van bijlage II bij het Besluit omgevingsrecht (Bor) en artikel 2.15 van de Wabo. Volgens het vergunde bouwplan worden achter het rijksmonument zes parkeerplaatsen gerealiseerd. In de tuin worden eveneens zes parkeerplaatsen gerealiseerd. Deze parkeerplaatsen bevinden zich tegenover de woning van eisers aan de [adres 2] (de voormalige dienstwoning).
a. voor zover op andere wijze in de nodige parkeer- of stallingruimte, dan wel laad- of losruimte wordt voorzien. In het geval in het openbaar gebied wordt voorzien in de nodige parkeer- of stallingruimte, dan wel laad- of losruimte is het uitsluitend toegestaan op grond van dit onderdeel de omgevingsvergunning in afwijking van het bepaalde in het eerste en vierde lid te verlenen indien het naar het oordeel van het bevoegd gezag redelijkerwijs fysiek onmogelijk of uit stedenbouwkundig oogpunt ongewenst is op eigen terrein in de nodige parkeer- of stallingruimte, dan wel laad- of losruimte te voorzien of
b. voor zover het woningen betreft die door burgemeester en wethouders zijn aangemerkt als ‘autoloze woning’.
c. in situaties waar het algemeen belang is gediend kan van de parkeernorm worden afgeweken. De gemeente kan in voorkomende gevallen maatwerk bieden.
°, van de Wabo te verlenen.