ECLI:NL:RBDHA:2016:13289
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet-inbehandelingname asielaanvraag wegens verantwoordelijkheid Duitsland onder Dublinverordening
Eiseres heeft in Duitsland asiel aangevraagd, maar verweert zich tegen het standpunt dat Duitsland verantwoordelijk is voor haar asielprocedure. Zij betoogt dat zij geen formeel asielverzoek heeft ingediend en dat haar registratie slechts voor veiligheidsonderzoek was. De Duitse autoriteiten hebben aanvankelijk het terugnameverzoek afgewezen, maar later de verantwoordelijkheid erkend via een claimakkoord.
De rechtbank oordeelt dat het indienen van een asielverzoek vormvrij is en ook mondeling kan worden kenbaar gemaakt. De registratie in Eurodac met kenletter '1' geldt als bewijs van een asielverzoek, tenzij het tegendeel wordt bewezen. Eiseres is daarin niet geslaagd. De Duitse autoriteiten hebben de verantwoordelijkheid geaccepteerd ondanks het ontbreken van een formeel verzoek.
Eiseres stelde dat de Duitse asielprocedure systematische tekortkomingen kent, waardoor het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet meer geldt. De rechtbank acht de aangevoerde rapporten en persoonlijke omstandigheden onvoldoende om van ernstige structurele tekortkomingen te spreken. Ook het ontbreken van gefinancierde rechtsbijstand vormt geen schending van de relevante richtlijnen.
Ten slotte heeft eiseres aangevoerd dat zij afhankelijk is van haar ouders en daarom Nederland verantwoordelijk zou moeten zijn. De rechtbank oordeelt dat dit onvoldoende is onderbouwd en niet leidt tot een andere uitkomst. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de asielaanvraag wordt niet in behandeling genomen omdat Duitsland verantwoordelijk is.