Uitspraak
Rechtbank DEN HAAG
uitspraak van de meervoudige kamer van 6 oktober 2016 in de zaken tussen
[eiser] , te [woonplaats] , eiser
de inspecteur van de Belastingdienst/Belastingen, kantoor [kantoorplaats] , verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
In geschil is of de onderhavige navorderingsaanslagen mochten worden opgelegd en indien dit het geval is of zij tot het juiste bedrag zijn opgelegd.
Beslissing
- verklaart het beroep gericht tegen de navorderingsaanslag IB/PVV 2009 en de navorderingsaanslag inkomensafhankelijke bijdrage Zvw 2009 niet-ontvankelijk;
- verklaart het beroep gericht tegen de navorderingsaanslag inkomensafhankelijke bijdrage Zvw 2011 ongegrond;
- verklaart de beroepen gericht tegen de navorderingsaanslagen IB/PVV 2010 en 2011 en het beroep dat is gericht tegen de navorderingsaanslag inkomensafhankelijke bijdrage Zvw 2010 gegrond;
- vernietigt de uitspraken op bezwaar betreffende de navorderingsaanslagen IB/PVV 2010 en 2011 en de navorderingsaanslag inkomensafhankelijke bijdrage Zvw 2010;
- vermindert de navorderingsaanslag IB/PVV 2010 tot een berekend naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 30.330 en vermindert de daarbij gegeven heffingsrentebeschikking dienovereenkomstig;
- vermindert de navorderingsaanslag IB/PVV 2011 tot een berekend naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 42.084 en vermindert de daarbij gegeven heffingsrentebeschikking dienovereenkomstig;
- vermindert de navorderingsaanslag inkomensafhankelijke bijdrage Zvw 2010 tot een berekend naar een bijdrage-inkomen van € 31.503 en vermindert de daarbij gegeven heffingsrente dienovereenkomstig;
- bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van de vernietigde uitspraken op bezwaar;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiser tot een bedrag van € 246;
- draagt verweerder op het voor de gegrond verklaarde beroepen betaalde griffierecht van € 90 (2 x € 45) aan eiser te vergoeden.