ECLI:NL:RBDHA:2016:13203
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- M.M. van Veelen
- W.M.P.M. Weerdesteijn
- B. van Velzen
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen weigering behandeling asielaanvraag op grond van Dublinverordening afgewezen
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie om zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel niet in behandeling te nemen, omdat Bulgarije op grond van de Dublinverordening verantwoordelijk is voor de behandeling van zijn asielaanvraag.
Eiser stelde dat er systeemfouten zijn in de Bulgaarse asielprocedure en opvangvoorzieningen, waardoor hij een reëel risico loopt op onmenselijke behandeling en detentie. Tevens voerde hij aan dat hij vanwege zijn lichamelijke beperking afhankelijk is van zijn broer en zus die in Nederland verblijven, en dat de staatssecretaris de behandeling van zijn aanvraag aan zich had moeten trekken op grond van artikel 17 van Pro de Dublinverordening.
De rechtbank oordeelde dat eiser onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat hij in Bulgarije een reëel risico loopt op onmenselijke behandeling of detentie, mede gelet op recente rapporten en correspondentie van Bulgaarse autoriteiten. Ook is niet gebleken dat eiser afstand heeft gedaan van zijn recht op opvang. Daarnaast is niet vastgesteld dat eiser vanwege zijn beperking afhankelijk is van zijn familie in Nederland, noch dat bijzondere omstandigheden een inhoudelijke behandeling door Nederland rechtvaardigen.
Daarom is het beroep ongegrond verklaard en is het besluit van de staatssecretaris bevestigd. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen het besluit om zijn asielaanvraag niet in behandeling te nemen is ongegrond verklaard.