ECLI:NL:RBDHA:2016:1317
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- B.F.Th. de Roos
- Rechtspraak.nl
Afwijzing opvolgende asielaanvraag wegens ontbreken van nieuwe feiten en onvoldoende bewijs nationaliteit
Eiseres, met haar minderjarige kinderen, diende een opvolgende asielaanvraag in die door de staatssecretaris werd afgewezen als kennelijk ongegrond. De rechtbank beoordeelde of de aanvraag nieuwe feiten (nova) bevatte die een hernieuwde toetsing rechtvaardigen. Eiseres stelde dat zij inmiddels een nationaliteitsverklaring bezat en vreesde voor haar veiligheid bij terugkeer vanwege haar gezinssituatie.
De rechtbank stelde vast dat de nationaliteitsverklaring niet als nieuw feit kon worden aangemerkt omdat deze niet overtuigend haar identiteit en herkomst aantoonde. Ook de situatie van haar jongste zoon werd niet als novum gezien. Daarnaast was er geen sprake van bijzondere feiten of omstandigheden die een hernieuwde toetsing rechtvaardigen volgens het ne-bis-in-idem beginsel en artikel 83.0a van de Vreemdelingenwet.
Daarom kon het beroep niet leiden tot vernietiging van het bestreden besluit. Ook het verzoek om een voorlopige voorziening om uitzetting te voorkomen werd afgewezen. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees het verzoek om voorlopige voorziening af.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de opvolgende asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen.