Uitspraak
Rechtbank DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 3 februari 2016 in de zaak tussen
[eiseres], eiseres, samen eisers,
de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie, verweerder,
Procesverloop
Overwegingen
In alle gevallen waarin verweerder aan een vreemdeling de in artikel 54, eerste lid, aanhef en onder c, van de Vw 2000 bedoelde verplichting oplegt en de aldus verkregen biometrische gegevens vervolgens verwerkt en opslaat, kan de vreemdeling daartegen opkomen gedurende vier weken na bekendmaking van het besluit waarbij deze verplichting wordt opgelegd. Een soortgelijke nationale situatie die gunstiger wordt behandeld als bedoeld in het arrest van het Hof is naar het oordeel van de rechtbank niet aan de orde en eiser heeft dat ook niet bepleit.
Ten slotte maakt de wettelijke termijn van vier weken om bezwaar of beroep in te stellen het naar het oordeel van de rechtbank in de praktijk niet onmogelijk of uiterst moeilijk om de rechten die eiser aan het Unierecht ontleent te beschermen. Ook in dit verband heeft eiser geen argumenten aangevoerd.