ECLI:NL:RBDHA:2016:12364
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing verblijfsvergunning wegens onvoldoende vestigingsalternatief in Koerdische Autonome Regio
Eiser, afkomstig uit een district in Irak, vroeg een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd aan. Verweerder wees de aanvraag af vanwege het bestaan van een vestigingsalternatief in de Koerdische Autonome Regio (KAR).
De rechtbank oordeelde dat verweerder onvoldoende had gemotiveerd dat er concrete aanknopingspunten zijn voor een vestigingsalternatief. De omstandigheden dat eiser tien jaar geleden in de KAR heeft gewerkt en zeven jaar geleden familie bezocht, zijn te weinig actueel. Ook het feit dat eiser een Soennitische Koerd is die Koerdisch spreekt, is onvoldoende concreet.
Daarmee is het bestreden besluit in strijd met artikel 3:46 Awb Pro genomen. Het beroep is gegrond verklaard, het besluit vernietigd en verweerder opgedragen een nieuw besluit te nemen binnen zes weken. Het verzoek om een voorlopige voorziening is afgewezen en verweerder is veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit tot afwijzing van de verblijfsvergunning wordt vernietigd.