ECLI:NL:RBDHA:2016:12270
Rechtbank Den Haag
- Wraking
- E. Rabbie
- K.M. Braun
- H.W. Vogels
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek tegen meervoudige strafkamer rechtbank Den Haag
Verzoeker, in voorlopige hechtenis, diende een wrakingsverzoek in tegen de voorzitter en leden van de meervoudige strafkamer van de rechtbank Den Haag. Dit verzoek volgde op een pro forma zitting waarbij het verzoek tot opheffing of schorsing van de voorlopige hechtenis door de rechtbank werd afgewezen. Verzoeker stelde dat de rechters vooringenomen waren, onder meer omdat de voorzitter de raadsman van verzoeker niet nogmaals het woord gaf na de beslissing.
De wrakingskamer nam kennis van het proces-verbaal, schriftelijke reacties en behandelde het verzoek mondeling. De rechters stelden dat de beslissing een tussenvonnis betrof waartegen hoger beroep openstond en dat de orde op zitting rechtvaardigde dat de raadsman niet opnieuw het woord kreeg. De officier van justitie ondersteunde deze zienswijze.
De wrakingskamer oordeelde dat een rechter moet worden vermoed onpartijdig te zijn tenzij er zwaarwegende aanwijzingen zijn voor vooringenomenheid. De kamer stelde vast dat de afwijzing van het verzoek tot opheffing of schorsing van voorlopige hechtenis een tussenvonnis is dat niet via wraking kan worden aangevochten, maar via hoger beroep.
De maatregel om de raadsman niet opnieuw te laten spreken werd gezien als een ordentelijke zittingsmaatregel en niet als bewijs van vooringenomenheid. De feiten en omstandigheden boden geen grond voor een objectief gerechtvaardigde vrees voor partijdigheid. Daarom werd het wrakingsverzoek afgewezen en werd het proces in de hoofdzaak voortgezet.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de meervoudige strafkamer is afgewezen wegens ontbreken van objectief gerechtvaardigde vrees voor vooringenomenheid.