ECLI:NL:RBDHA:2016:12264

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
22 augustus 2016
Publicatiedatum
12 oktober 2016
Zaaknummer
C/09/514893 / KG RK 16-1287
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Wraking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 36 RvArt. 37 RvArt. 39 lid 3 Rv
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing wrakingsverzoek kantonrechter en niet-ontvankelijkheid wraking overige rechters

Verzoeker diende een wrakingsverzoek in tegen mr. J. van der Windt, kantonrechter te Den Haag, en tegen alle rechters in Gouda, Alphen aan den Rijn en Leiden. Dit verzoek volgde op een procedure waarin verzoeker en een mede-gedaagde door de Vereniging van Appartementseigenaars waren gedagvaard.

De kantonrechter vroeg verzoeker tijdens de comparitie om een toelichting op de wrakingspassages in de conclusie van antwoord. Verzoeker bevestigde het wrakingsverzoek, waarna de zaak naar de wrakingskamer werd verwezen. De wrakingskamer ontving schriftelijke reacties, maar partijen verschenen niet bij de zitting.

De wrakingskamer oordeelde dat het verzoek tot wraking van alle rechters buiten de kantonrechter niet-ontvankelijk was, omdat deze rechters de zaak niet behandelden. Het wrakingsverzoek tegen de kantonrechter werd afgewezen, omdat geen feiten of omstandigheden waren aangevoerd die objectief de vrees voor partijdigheid konden rechtvaardigen.

De procedure in de hoofdzaak wordt voortgezet zoals die was ten tijde van het wrakingsverzoek. De beslissing is openbaar uitgesproken op 22 augustus 2016 door drie rechters van de wrakingskamer.

Uitkomst: Wrakingsverzoek kantonrechter afgewezen en wraking overige rechters niet-ontvankelijk verklaard.

Uitspraak

beslissing

WRAKINGSKAMER VAN DE RECHTBANK DEN HAAG

Meervoudige wrakingskamer
Wrakingnummer 2016/37
zaak-/rekestnummer: C/09/514893 / KG RK 16-1287
zaaknummer hoofdzaak: 5062869 / CV EXPL 16-2479
datum beschikking: 22 augustus 2016
BESLISSING
op het schriftelijke verzoek tot wraking ingevolge artikel 37 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, in de zaak van:
[verzoeker] ,
wonende te [woonplaats] , gemeente [gemeente] ,
verzoeker;
strekkende tot wraking van:
mr. J. van der Windt,
kantonrechter in de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Gouda,
en verder alle rechters in Gouda, Alphen aan den Rijn en Leiden.
Belanghebbenden zijn:
  • de vereniging met volledige rechtsbevoegdheid Vereniging van Appartementseigenaars [appartementencomplex] (hierna: de vereniging), eiseres in conventie, verweerster in reconventie in de hoofdzaak, gemachtigde: mr. B.J. Groenhuijzen;
  • [belanghebbende 2] , mede-gedaagde in conventie, mede-eiseres in reconventie in de hoofdzaak (hierna: [belanghebbende 2] ).

1.De voorgeschiedenis en het procesverloop

Verzoeker en [belanghebbende 2] zijn op 3 mei 2016 door de vereniging gedagvaard. Verzoeker en [belanghebbende 2] hebben een conclusie van antwoord in conventie/eis in reconventie genomen, waarin staat dat “de rechter wordt gewraakt” en “elke rechter dient (...) gewraakt te worden”. De vereniging heeft vervolgens een conclusie van antwoord in reconventie genomen. Op 30 juni 2016 heeft de comparitie na antwoord ten overstaan van de kantonrechter plaatsgevonden. De kantonrechter heeft ter comparitie uit eigen beweging aan verzoeker gevraagd om een toelichting te geven op de passages uit de conclusie van antwoord/eis in reconventie waarin staat dat hij en alle rechters gewraakt dienen te worden. Op de uitdrukkelijke vraag van de kantonrechter of hij een wrakingsverzoek wilde indienen, heeft verzoeker bevestigend geantwoord. De kantonrechter heeft vervolgens, mr. Groenhuijzen voornoemd gehoord, de zaak naar de wrakingskamer verwezen. Op 25 juli 2016 heeft de wrakingskamer een brief van [belanghebbende 2] ontvangen. Bij brief van 26 juli 2016 heeft mr. Groenhuijzen namens de vereniging aan de wrakingskamer bericht dat de vereniging noch in persoon noch schriftelijk zal reageren op het wrakingsverzoek. De kantonrechter heeft bij e-mailbericht van 2 augustus 2016 gereageerd op het wrakingsverzoek.

2.De mondelinge behandeling van het wrakingsverzoek

Op 8 augustus 2016 is het wrakingsverzoek ter zitting van deze wrakingskamer behandeld. Verzoeker, de kantonrechter en belanghebbenden zijn niet ter zitting verschenen; de kantonrechter en de vereniging hebben voorafgaand aan de zitting schriftelijk aan de wrakingskamer meegedeeld dat zij niet zullen verschijnen.

3.Het standpunt van verzoeker

Aan het wrakingsverzoek is – verkort en zakelijk weergegeven – het volgende ten grondslag gelegd. Elke rechter dient te worden gewraakt. Er is geen rechtsgelijkheid en de koning dient de noodtoestand uit te roepen. Er moet een onderzoek plaatsvinden naar de rechters in Gouda, Alphen aan den Rijn en Leiden.

4.Het standpunt van de kantonrechter

De kantonrechter berust niet in de wraking. Volgens de kantonrechter is er geen sprake van (vrees voor) een gebrek aan objectieve of subjectieve onpartijdigheid.

5.De reactie van [belanghebbende 2]

heeft zich in haar brief niet uitgelaten over het verzoek tot wraking van de kantonrechter.

6.De beoordeling

Op grond van artikel 36 Rv Pro kan op verzoek van een partij elk van de rechters die een zaak behandelen, worden gewraakt op grond van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. Nu gesteld noch gebleken is dat enige andere rechter dan mr. J. van der Windt, de kantonrechter voor wie de comparitie van partijen heeft plaatsgevonden, de onderhavige zaak heeft behandeld, wordt het verzoek tot wraking van “alle rechters” in Gouda, Alphen aan den Rijn en Leiden niet-ontvankelijk verklaard. Het verzoek tot wraking van de behandelend kantonrechter wordt afgewezen, omdat geen feiten of omstandigheden zijn aangevoerd waaruit objectief de vrees voor partijdigheid kan worden afgeleid, en daarvan overigens ook niets is gebleken.

7.De beslissing

De wrakingskamer:
- verklaart verzoeker niet-ontvankelijk in zijn verzoek tot wraking van alle rechters in Gouda, Alphen aan den Rijn en Leiden;
- wijst het verzoek tot wraking van mr. J. van der Windt af;
- bepaalt dat het proces in de hoofdzaak wordt voortgezet in de stand waarin het zich bevond ten tijde van het indienen van het wrakingsverzoek;
- beveelt dat (een afschrift van) deze beslissing met inachtneming van het bepaalde bij artikel 39, derde lid, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering wordt toegezonden aan:
• de verzoeker;
• de eiseres in de hoofdzaak p/a mr. B.J. Groenhuijzen;
de mede-gedaagde in de hoofdzaak M. [belanghebbende 2] ;
• de kantonrechter mr. J. van der Windt.
Deze beslissing is gegeven door mrs. J.W. du Pon, E. Rabbie en J.W. Bockwinkel, rechters, in tegenwoordigheid van mr. S.I. Geerling als griffier en in het openbaar uitgesproken op 22 augustus 2016.