Uitspraak
RECHTBANK ’s-GRAVENHAGE
uitspraak van de enkelvoudige kamer van in de zaak tussen
[eiser] , nationaliteit: Iraakse, eiser
Procesverloop
Overwegingen
a. het bestuursorgaan in gebreke is tijdig een besluit te nemen, en
b. twee weken zijn verstreken na de dag waarop belanghebbende het bestuursorgaan schriftelijk heeft medegedeeld dat het in gebreke is.
beslistermijnopgenomen dat de IND met ingang van 11 februari 2016 gebruik maakt van de in artikel 42, vierde lid, onder b, van de Vw neergelegde bevoegdheid om in individuele zaken de beslistermijn met maximaal negen maanden te verlengen. Dit omdat de situatie zich voordoet dat een groot aantal vreemdelingen tegelijk een aanvraag heeft ingediend waardoor het in de praktijk zeer moeilijk is de procedure binnen zes maanden af te ronden.
individuelegevallen de beslistermijn met maximaal negen maanden te verlengen. Ten aanzien van de categorie zaken waar de onderhavige zaak toe behoort, te weten de ten tijde van het besluit van 9 februari 2016 reeds ingediende aanvragen, staat in de toelichting dat de termijn van zes maanden als richtsnoer wordt aangehouden en dat indien ondanks alle inspanningen niet beslist kan worden binnen zes maanden, de termijn van deze zaken tevens op grond van artikel 42, vierde lid, aanhef en onder b, Vw, zal worden verlengd. Ook uit deze toelichting volgt niet dat aan het bepaalde in artikel 42, vierde lid, Vw en artikel 3.120 Vb niet hoeft te worden voldaan.
Voorts valt niet in te zien hoe de publicatie in de Staatscourant van de
beleidswijziging, waartoe het besluit van 9 februari 2016 strekt, tevens kan worden aangemerkt als
kennisgevingvan de verlenging van alle asielaanvragen. Naar het oordeel van de rechtbank vormt de beleidswijziging slechts de algemene aankondiging voor de mogelijkheid tot verlenging van de beslistermijn in individuele gevallen. De individuele asielaanvrager die ten tijde van het besluit van 9 februari 2016 al een asielaanvraag had ingediend kan op grond van de tekst en de toelichting van de beleidswijziging niet weten of in zijn geval de beslistermijn is verlengd. Derhalve is de rechtbank van oordeel dat de beslistermijn slechts kan worden verlengd indien daarvan voor het verstrijken van de beslistermijn van zes maanden kennis is gegeven aan de individuele asielaanvrager.
9 februari 2016 in de Staatscourant van rechtswege met negen maanden is verlengd, dat zou betekenen dat de termijn van zes maanden van artikel 42, eerste lid, Vw, voor onbepaalde tijd voor alle asielaanvragen vijftien maanden wordt. Naar het oordeel van de rechtbank heeft de wetgever verweerder in artikel 42, vierde lid, Vw, gelezen in samenhang met artikel 42, zevende lid en artikel 3.120 Vb, niet de bevoegdheid gegeven om (de beslistermijn van) artikel 42, eerste lid, Vw voor onbepaalde tijd te wijzigen en buiten toepassing te laten voor alle asielaanvragen.
Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder zich derhalve ten onrechte op het standpunt gesteld dat de beslistermijn niet is verstreken omdat deze termijn door publicatie van het besluit van 9 februari 2016 in de Staatscourant van rechtswege met negen maanden is verlengd.
30 mei 2016 ontvangen. Nu tot op heden geen besluit op de asielaanvraag is genomen stelt de rechtbank, met toepassing van artikel 8:55c van de Awb, de door verweerder verbeurde dwangsom vast op in totaal € 1.260,-.
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
€ 1260,-;