Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[naam 1], eiser,
Procesverloop
Overwegingen
Allereerst wordt opgemerkt dat bij de nabespreking is gebleken dat de vertaling van hetgeen eiser heeft verklaard, veelal letterlijk is gedaan zodat er vaak zeer omslachtige, veel te uitgebreide en daardoor soms onduidelijke zinnen zijn ontstaan. De vertaling had meer afgestemd dienen te worden op de Nederlandse taal. Dit is het gevolg van het feit dat de tolk het Nederlands niet optimaal beheerst”. De rechtbank overweegt daaromtrent als volgt. Vooropgesteld wordt dat de stelling dat de tolk het Nederlands niet goed beheerst, niet is onderbouwd. Uit het verslag van nader gehoor blijkt dat tijdens het nader gehoor gebruik is gemaakt van een registertolk. Verder is vermeld: ‘
Taal nader gehoor: Farsi (Iran)’. Eiser heeft zowel aan het begin als het einde van het nader gehoor desgevraagd verklaard dat hij de tolk goed heeft begrepen en goed heeft kunnen verstaan en tevreden was over de manier waarop het gesprek is gelopen. Uit het verslag van nader gehoor blijkt ook dat eiser is gewezen op de klachtenregeling van de Algemene wet bestuursrecht en daarvan geen gebruik heeft gemaakt. Nu bovendien ter zitting desgevraagd is verklaard dat er geen onjuistheden in het verslag van nader gehoor staan, dat er staat wat eiser bedoelt en nu niet (aan de hand van voorbeelden) is toegelicht welke uitspraken van eiser te letterlijk zouden zijn vertaald en wat de consequenties daarvan zijn, faalt deze grond.