ECLI:NL:RBDHA:2016:12052
Rechtbank Den Haag
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering tot schorsing locatiegebod met enkelband bij voorwaardelijke invrijheidstelling
Eiser is veroordeeld tot een gevangenisstraf van zestien jaar voor ernstige gewelds- en diefstal delicten en is sinds 6 juni 2016 voorwaardelijk in vrijheid gesteld. Als bijzondere voorwaarde van de voorwaardelijke invrijheidstelling is een locatiegebod opgelegd, ondersteund door elektronisch toezicht middels een enkelband, dat eiser verplicht zich op zijn woonadres te bevinden tijdens bepaalde uren.
Eiser vordert in kort geding de schorsing van het locatiegebod of ten minste de opheffing van het elektronisch toezicht, omdat dit disproportioneel is en zijn werk als voorman bij een schoonmaakbedrijf belemmert. De Staat voert gemotiveerd verweer en benadrukt het hoge recidiverisico en de noodzaak van controle.
De rechtbank overweegt dat het locatiegebod een ingrijpende beperking vormt, maar gelet op het ernstige strafrechtelijke verleden van eiser, de korte tijd sinds zijn invrijheidstelling en de adviezen over een hoog recidiverisico, is het opleggen van het locatiegebod met elektronisch toezicht niet onredelijk. Praktische problemen worden geacht met werkgever en reclassering te worden opgelost. De vordering wordt afgewezen en eiser wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering af en bevestigt het locatiegebod met elektronisch toezicht als proportionele maatregel.