ECLI:NL:RBDHA:2016:11688
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- B.F.Th. de Roos
- Rechtspraak.nl
Afwijzing visumaanvraag kort verblijf wegens onvoldoende economische binding met land van herkomst
Eisers, een getrouwd stel van Marokkaanse nationaliteit, dienden aanvragen in voor een visum kort verblijf om familie in Nederland te bezoeken. De staatssecretaris weigerde deze visa omdat niet kon worden vastgesteld dat eisers het Nederlandse grondgebied tijdig zouden verlaten en omdat onvoldoende werd aangetoond dat zij over voldoende middelen beschikten.
In bezwaar en beroep voerden eisers aan dat zij sociale en economische bindingen met Marokko hebben, waaronder een boerenbedrijf en familieleden die zorg behoeven. De rechtbank oordeelde echter dat de overgelegde documenten onvoldoende duidelijkheid boden over de economische situatie van eisers. De bankafschriften waren onduidelijk en het bewijs van het boerenbedrijf onvoldoende betrouwbaar.
De rechtbank achtte daarom aannemelijk dat eisers niet voldoende economische binding met Marokko hebben en bevestigde de afwijzing van de visumaanvragen. De sociale binding werd niet verder beoordeeld omdat de economische binding reeds onvoldoende was. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering van het visum kort verblijf wordt ongegrond verklaard vanwege onvoldoende economische binding met Marokko.