Uitspraak
Staat der Nederlanden (het Ministerie van Economische Zaken),
1.De procedure
2.De feiten
3.Het geschil
fair playbeginsel en met hetgeen in het maatschappelijk verkeer betaamt.
Rechtbank Den Haag
De islamitische slachterij [eiseres] vordert in kort geding dat de Staat de NVWA-instructie tot het hanteren van een tijdslimiet van drie minuten tussen het aanbrengen van de halssnede en het bewustzijnsverlies van runderen buiten toepassing laat. [Eiseres] stelt dat deze limiet onrechtmatig is omdat het de godsdienstvrijheid beperkt en onzorgvuldig is ingevoerd zonder officieel besluit, terwijl het leidt tot bedrijfseconomische schade en onhaalbaar is voor haar praktijk.
De NVWA baseert de limiet op dierenwelzijnsregels uit EU-verordening 1099/2009 en de Nederlandse Wet dieren, en onderbouwt de limiet met wetenschappelijke rapporten waaruit blijkt dat bij correcte uitvoering 95% van de stieren binnen drie minuten bewustzijn verliest. De rechtbank oordeelt dat de NVWA binnen haar beleidsvrijheid handelt en dat de limiet niet onmiskenbaar onjuist is.
De rechtbank acht het vertrouwen van [eiseres] in het uitblijven van een tijdslimiet niet gerechtvaardigd, mede omdat eerdere communicatie de mogelijkheid van een limiet aangaf. De vordering wordt afgewezen en [eiseres] wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering af en bevestigt de geldigheid van de NVWA-instructie met tijdslimiet van drie minuten bij onbedwelmd slachten.