ECLI:NL:RBDHA:2016:11462
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek verklaring rechtsvermoeden van overlijden wegens onvoldoende bewijs
De rechtbank Den Haag behandelde het verzoek van een echtgenoot om zijn vermiste vrouw op te roepen om haar in leven zijn te doen blijken, en bij gebleken afwezigheid een verklaring van rechtsvermoeden van overlijden uit te spreken.
De echtgenoot had zijn vrouw sinds juli 2014 niet meer kunnen bereiken en baseerde zijn verzoek op berichten van familie dat zij mogelijk was overleden na gijzeling door Al-Shabaab. Ondanks het oorlogsgeweld in het gebied kon de verzoeker echter geen objectief bewijs overleggen dat haar overlijden waarschijnlijk maakt.
De rechtbank oordeelde dat de termijn van vijf jaar nog niet was verstreken, maar dat de kortere termijn van één jaar voor vermissing met waarschijnlijk overlijden van toepassing kon zijn. Echter, zonder concrete en verifieerbare stukken kon niet worden vastgesteld dat de vermiste is overleden, mede omdat zij ook gevlucht kan zijn.
Daarom wees de rechtbank het verzoek af en verklaarde zij geen rechtsvermoeden van overlijden. De beschikking werd uitgesproken door drie rechters op 24 augustus 2016.
Uitkomst: Het verzoek tot verklaring van rechtsvermoeden van overlijden wordt afgewezen wegens onvoldoende bewijs.