Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[de failliet],
Rechtbank Den Haag
In deze civiele bodemprocedure staat centraal of de curator in het faillissement van een besloten vennootschap vervangen kan worden via een voorlopige voorziening. De eiser in het incident, een indirect bestuurder, verzoekt de rechtbank om de curator te ontslaan en te vervangen door een andere curator die geen belangenconflict heeft.
De rechtbank oordeelt dat een dergelijke maatregel niet kan worden toegewezen via een voorlopige voorziening omdat deze definitief van aard is. De juiste procedure voor een dergelijke maatregel is de verzoekschriftprocedure op grond van artikel 73 Faillissementswet Pro.
Daarnaast is de procedure jegens een van de failliete vennootschappen geschorst vanwege het faillissement. De rechtbank wijst het incident af en houdt de beslissing over de proceskosten aan tot het eindvonnis in de hoofdzaak. De zaak wordt voortgezet met een nieuwe rolzitting.
Uitkomst: Het verzoek tot ontslag en vervanging van de curator bij voorlopige voorziening wordt afgewezen.