ECLI:NL:RBDHA:2016:1108
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen overdracht aan Duitse autoriteiten
Verzoekster werd op 29 januari 2016 geïnformeerd over haar overdracht aan de Duitse autoriteiten op 2 februari 2016. Zij diende op 1 februari 2016 laat op de dag een verzoek in tot voorlopige voorziening om haar overdracht te voorkomen, maar dit verzoek werd als ontijdig beoordeeld omdat haar gemachtigde onvoldoende contact met de rechtbank zocht en geen bereikbaarheidsgegevens verstrekte.
De voorzieningenrechter stelde vast dat de gronden van verzoekster, waaronder haar medische situatie en de stelling dat Duitsland haar asielaanvraag niet serieus zou behandelen, niet met bewijs werden onderbouwd. Hierdoor was er geen aanleiding om de overdracht te verbieden.
Verweerder maakte geen gebruik van de mogelijkheid tot verweer. De voorzieningenrechter concludeerde dat het verzoek niet in behandeling kon worden genomen en wees het af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd en tegen deze uitspraak stond geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening tegen de overdracht aan Duitsland wordt afgewezen wegens ontijdige indiening en onvoldoende onderbouwing.